straffe verhalen

De oorsprong en vroege geschiedenis van de Palio binnen en buiten Siena (1)

DEEL 1 – De Palio van Siena : ontstaan en ontwikkeling

De Palio van Siena is de meest prestigieuze Palio van Italië. In 1936 besliste Mussolini zelfs dat alleen Siena het recht nog had om zijn koers Palio te noemen en werden alle andere Italiaanse steden, die Palio’s inrichten, verplicht om hun koers een andere naam te geven. Pas na de val van het fascisme werden er terug Palio’s gereden buiten Siena.

De Palio van Siena is dus niet de enige, misschien zelfs niet de oudste, en op een bepaald ogenblik allicht niet de belangrijkste van Italië.

De Palio van Siena heeft wel de oudste bekende en bewaarde vermelding in historische bronnen. In 1238  gaf de podestà of burgemeester een geldboete aan een zekere Ristoro di Bruno Cigurde van de adellijke familie Tommasi omdat hij, hoewel als laatste aangekomen in de Palio van augustus, had geweigerd om zich te onderwerpen aan de reglementair opgelegde straf : doorheen Siena wandelen met een varken. Het is niet duidelijk of hiermee een levend varken aan een touw werd bedoeld of een nagemaakte varkenskop op zijn hoofd.

Uit deze tekst leren we wel één en ander.

  • Om te beginnen dat de Palio toen reeds een traditioneel feest was vermits er een precies reglement bestond dat werd gecontroleerd door het stadsbestuur zelf dat toen zoals nu de inrichter en behoeder is van de Palio.
  • Dat spot zoals nu een essentieel onderdeel is van de Paliopret.
  • Dat het een aristocratische koers was, lang voordat de Palio in handen kwam van het volk via de contrade of buurtschappen. Ristoro was lid van een adellijke familie, en we zullen er nog vaak op terugkomen dat de eerste Palio’s koersen waren waaraan alleen de adel, en rijke handelaars en bankiers  deelnamen. Paardrijden was geen adellijke exclusiviteit maar werd wel ten zeerste aanbevolen aan jonge edellieden als een ideale ontspanning en fysische training. Anderzijds wijst alles er op dat de paarden werden bereden door professionele fantini in dienst van de eigenaars der paarden , zoals de contrade het vandaag doen.

De oorsprong van de Palio wordt gesitueerd in de paardenkoersen die de Etrusken, de oorspronkelijke bewoners van Midden-Italië en dus ook van Toscane, vanaf de VIIde eeuw voor Christus hebben ingericht  als besluit van hun religieuze feesten. Deze traditie moet het Romeinse Rijk en de duistere middeleeuwen overleefd hebben. Het waren trouwens de Etrusken, gezien hun ervaring en kennis, die in het Romeinse Rijk de organisatoren bij uitstek waren van alle feesten.

Er wordt beweerd dat er een document zou bestaan dat verwijst naar een Palio di San Bonifazio in Siena, nog voor het jaar 1100. Ik heb het bewijs nog nooit gezien in een wetenschappelijk studie.

De Palio van Siena heeft wel een zeer goed gekende stamboom met talrijke verwijzingen in historische bronnen, en is uiteindelijk ook de Palio met de langste ononderbroken continuïteit wat betreft  plaats, dag, aanleiding van de inrichting en deelnemers, namelijk de Palio van Provenzano sedert 2 juli 1656.

Vincenzo Rustici – Stierenjacht op de Piazza del Campo, 1546

Palio’s werden eerst en overal in Italië “alla lunga” gereden, d.w.z  op een min of meer recht doorlopend parcours. Palio ’s werden niet alleen op paarden gereden, zoals we nog zullen zien. In Siena kende de paardenkoers een geduchte concurrent in de ruwe, meer volkse bufalate, koersen op buffels, en asinate, koersen op ezels, op de Piazza del Campo verreden in omgekeerde richting van de Palio nu. Als ik deze koersen volks en brutaal noem, weet dan hoe het er aan toe ging. Een Asinata was een voortschrijdende knokpartij. De ruiter werd omringd door een knokploeg die hem beschermde en concurrenten probeerde neer te slaan. De koers kon uren duren en was de naam koers eigenlijk niet waard. Een Bufalata was een koers met een bereden maar niet te controleren buffel die in de juiste richting werd gedreven door zes begeleiders met knuppels.

Bufalata van 3 november 1650

Men beweert soms dat deze Palio’s “alla lunga” vertrokken ofwel van de Porta Camollia in het noorden ofwel van de Porta Romana in het zuiden van de stad en kwamen aan voor de Duomo. Maar het lijkt niet helemaal zeker.

Anonieme graveur – Palio alla lunga voor het Palazzo Piccolomini aan de Chiasso Largo, ets  als illustratie voor een Gids van Siena uit 1775 van Gioacchino Faluschi, uitgegeven door Vincenzo Pazzini Carli. Dit is de enige gekende afbeelding van een Palio alla lunga in Siena, precies op het ogenblik dat dit type van Palio bijna was uitgestorven.

We weten wel met zekerheid dat de drie belangrijkste oorspronkelijke Palio’s werden gereden ter ere van de zalige Ambrogio Sansedoni op 20 maart en later op 4 augustus, en dit vanaf 1303 of 1307, die van  Santa Maria Maddalena op 22 juli, verreden tussen 1487 en 1524  buiten de stadsmuren van Fontebecci tot Porta Camollia in het noorden over circa 2000 meter, ter ere van de patroonheilige van het geslacht van de tiran Pandolfo Petrucci, en na diens val vervangen op  25 juli  1528  door de Palio di San Giacomo en di San Cristoforo,  en tenslotte de belangrijkste van Hemelvaart op 15  i.p.v. op 16 augustus  zoals nu, vertrekkend aan de Santuccio-kerk in Valdimontone tot voor de Duomo, over 1500 meter maar met een serieuze klim in de Via di Città.

Verder werden er ook nog sporadisch Palio’s gereden om één of andere belangrijke gebeurtenis te herdenken of op de feestdag van een heilige.

In 1592 was er een merkwaardige wens van de Balia of stadsbestuur opdat alleen “barberi” zouden deelnemen aan de Palio dell’ Assunta : “che non possi correre alcuno se non con cavallo che sia barbero vero“. Dit doet vermoeden dat sommige deelnemers met een trekpaard verschenen. Vreemd voor quasi exclusief adellijke en welgestelde deelnemers, maar het was  niet ongebruikelijk dat zelfs in de vroege 20ste eeuw trekpaarden werden aangeboden voor de prove. Onder barberi moet men niet alleen Barbarijse renpaarden verstaan, maar renpaarden tout court. Hierover meer in een later hoofdstuk.

Er is een vermoeden dat reeds in 1583  gevraagd is om een Palio op de Piazza del Campo te organiseren, wel zekerheid van een aanvraag in 1605 om de Palio “alla tonda” te mogen houden, d.w.z. in het rond op de Piazza del Campo. We weten met absolute zekerheid, door het bestaan van een ets, dat zo’n Palio inderdaad werd ingericht op 15 augustus 1633, betwist tussen contrade, terwijl quasi zeker op dezelfde dag een Palio “alla lunga” werd gereden tussen de aristocratie.

Bernardo Capitelli – Palio op de Piazza del Campo, 1633, ets.  Deze ets is het enige fysische bewijs dat er dat jaar alla tonda is gereden in Siena.

2 juli  1656 is, zoals hoger gesteld, de start van een quasi ononderbroken reeks Palios’s van Provenzano.

Op 16 augustus  1701  richtte Oca, de winnende contrade van 2 juli, een bijkomende Palio “alla tonda” in voor Maria Hemelvaart ter definitieve vervanging van de Palio “alla lunga” van 15 augustus. In 1802 nam het stadsbestuur ook de inrichting over van wat een vast gebruik was geworden.

Antonio Cioci naar een ontwerp van Giuseppe Zocchi – De Palio van 1767.

Specialisten zijn het niet helemaal eens wanneer de nerbo of zweep werd ingevoerd. Men leest 1701 en 1721. De nerbo verving de voordien gebruikte “sovatto“, en gelukkig maar denken we. Een sovatto was een korte houten stok met smalle repen leer, eindigend in loden bolletjes.

Op 7 januari 1929 (eigenlijk 1730 want nieuwjaar begon in Siena met Pasen) werd het waarschijnlijk meest belangrijk document ooit gepubliceerd in de geschiedenis van de Palio van Siena. Violante van Beieren, landvoogdes van Toscana, publiceerde een verordening of Bando, die de Palio reglementeerde in een vorm die ook vandaag nog grotendeels geldig is : 17 contrade werden erkend en alle andere, die sporadisch verschenen, verdwenen definitief : Gallo, Leone, Orso, Quercia, Spadaforte en Vipera. Hun grondgebied werd geïncorporeerd  in dat van andere. Quercia werd een onderdeel van Chiocciola, reden waarom U een eikenkrans in hun vaandel ziet. Zij bepaalde definitief de grenzen van elke contrada. Verder bevatte de banda bepalingen over oefenritten, tribunes, uitrusting der ruiters, type van nerbo of zweep, regels i.v.m. de aankomst en de aankomstrechters, maximum 10 deelnemende contrade per Palio en het recht van de 7 andere om het jaar daarop mee te doen, en de procedure van lottrekking voor deelname aan de Palio.

 

Met dank aan Jan Gilliams (brucaiolo met 58 palii in Piazza op de teller) voor tekst en opzoekingswerk.

Anonieme graveur – Intrede van de landvoogdes Violante van Beieren in Siena op 12 april 1717, ets.
Bando van Violante van Beieren, gepubliceerd  op 7 januari 1729. Eigenlijk is het boekje gepubliceerd in 1730, maar nieuwjaar begon in Siena met Pasen.