verhalen

De oorsprong en vroege geschiedenis van de Palio binnen en buiten Siena (3)

DEEL  III – De Palio’s van Firenze

Sienezen zullen het zeker niet graag horen maar mogelijk waren in de renaissance de Palio’s van Firenze nog belangrijker.

In Firenze werden er circa tien Palio’s met paarden verreden van juni tot begin oktober. De Palio’s werden meestal genoemd naar heiligen maar waren eerder herdenkingen van veldslagen. De Palio van Santa Reparata op 8 oktober was een herdenking van de overwinning op de Wisi-Goten in 405, de Palio van San Vittorio herdacht de overwinning op Pisa, van San Bernaba de overwinning van de politieke Welfenpartij op de Ghibellijnenpartij in Firenze, de Palio van Sant’ Anna de verdrijving van Walter de Brienne, hertog van Athene en gehate dictator van Firenze in de 14de eeuw, de Palio della Rotta de gevangenneming door hertog Cosimo I van zijn rivaal Filippo Strozzi.

Verder reed men ook  de zogenaamde Palio dei Cocchi  op 23 juni, aan de vooravond van het feest van San Giovanni, ingesteld door aartshertog Cosimo I in 1563, eerst voor de aristocratie en waaraan later werd deelgenomen door de vier historische wijken van de stad, elk met een houten koets met vier wielen en getrokken door twee paarden,  op de Piazza Santa Maria Novella rondom de twee egyptische obelisken. De koers deed intellectuele bezoekers altijd denken aan de oude Romeinse wagenkoersen.

En tenslotte ook de Palio dei Navicelli , een regata op de Arno op 25 juli .

De belangrijkste was echter de Palio di San Giovanni op 24 juni ter ere van Sint Jan de Doper, patroonheilige van Firenze. Deze Palio werd soms betwist als een Palio dei Barberi met onbereden paarden en soms bereden. Men vertrok in het westen aan de Ponte delle Mosse (Brug der Starten) en via de Porta al Prato, waar de Loggia Reale of groothertogelijke tribune was opgericht voor de hoogwaardigheidsbekleders naast een tweede tribune voor de adel voor het Palazzzo Corsini al Prato, dus niet aan de aankomst maar aan de start, dan naar het oosten doorheen het centrum via de smalle en gevaarlijke Via del Corso, mogelijk zo genoemd naar de “corsa” die hier passeerde, met aankomst aan de kerk van San Pier Maggiore in de 15de eeuw en aan de Porta alla Croce in de 16de eeuw. De excellenties werden bericht wie had gewonnen via een ingenieus seinsysteem met spiegels op de daken van de huizen langs heet parcours  of via gekleurde rooksignalen, die het winnende paard codeerden.

Enkele afbeeldingen geven ons een voortreffelijk beeld van de koers. Giovanni Francesco Toscani  (1372-1430) was een belangrijke Florentijnse nog laat-gotische schilder bij de aanvang van de Renaissance. Hij maakte fresco’s maar is vooral beroemd geworden omwille van zijn cassoni, d.w.z  bruidskoffers met op de zijkant een geschilderde afbeelding. Van hem zijn er twee Palio-cassoni bewaard gebleven.

In het Bargello-museum van Firenze is er een cassone bewaard met de plechtige Corteo die de Palio van San Giovanni voorafging. Deze stoet vertrok voor het stadhuis op de Piazza della Signoria  via de huidige Via dei Calzaiuoli tot aan het Battistero of de doopkapel van Firenze, uiteraard gewijd aan en vernoemd naar de patroonheilige van de stad, Johannes de Doper voor wie de Palio werd ingericht. Deze cassone was gemaakt voor het huwelijk van Giacomo di Berto Fini en Giacoma di Filippo Aldobrandini omstreeks 1417-1418. Ruiters dragen vlaggen van onderworpen steden en dorpen, zoals nu in de Corteo van Siena. Het gouden vlag uiterst rechts, gedragen door een ridder, is de Palio di San Giovanni, identificeerbaar aan de Florentijnse lelie aan de top van de vlaggestok en Florentijnse wapenschilden op de horizontale strip.

Giovanni Francesco Toscani – De Corteo (Stoet) voor de Palio di San Giovanni voor het Battistero (Doopkapel) van San Giovanni Battista, bruiloftscassone, 1417-1418, Cleveland (Ohio), Museum of Art

In 1617 maakte Jacques Callot  (1592-1635), de grote Franse graveur die o.a. voor de Medici heeft gewerkt in Firenze van 1612 tot 1621, een ets met de Palio di San Giovanni net na de start op het plein bij de Porta al Prato met reeds enkele “cavalli scossi” en fantini die duchtig de zweep gebruiken. Hij maakte in hetzelfde jaar ook een ets van de Palio dei Cocchi en van de beruchte Calcio Fiorentino, de moeder aller balsporten, voetbal genoemd maar brutaler als rugby op zijn slechtste.

Jacques Callot   –  Il Palio dei Cocchi op de Piazza Santa Maria Novella in Firenze ,  1617 , ets
Jacques Callot  –  De Palio di San Giovanni van Firenze , kort na de start aan de Porta del Prato , 1617 , ets

In het Museum van Cleveland in de U.S.A. wordt een tweede cassone van Giovanni Francecso Toscani bewaard met de Aankomst van de Palio di San Giovanni van 1418 voor de kerk van San Pier Maggiore in het oosten van de stad.

Giovanni Francesco Toscani – De aankomst van de Palio di San Giovanni op de Piazza San Pier Maggiore te Firenze,  1418,  Firenze, Museo Bargello

Ook veelsprekend is een schilderij van de Florentijn Giovanni Maria Butteri (1540-1606), bewaard in de National Gallery van Dublin :  De terugkeer na de Palio, ook  Il Seicento genoemd  van omstreeks 1590. We zien een winnaar van de Palio di San Giovanni die triomfantelijk doorheen een Florentijnse straat wordt weggevoerd. Het paard kreeg de bijnaam Il Seicento omdat het prompt na de koers voor het ongelooflijke bedrag van 600 gouden dukaten werd gekocht door de rijke en adellijke Florentijnse koopman Francesco dei Benci. Deze daad werd zo beroemd dat hij aan de basis ligt van een Italiaanse uitdrukking. Over iemand die opzichtig gekleed is, zegt men “gli pare essere il Seicento” of “hij denkt dat hij Il Seicento is”.

Giovanni Maria Butteri  –  De Terugkeer na de Palio di San Giovanni   of Il Seicento ,  om 1590 , Dublin , National Gallery of Ireland

In 1858 werd de laatste koers verreden want men begon toen aan de renovatie van Firenze en de talrijke bouwwerven doorkruisten het parcours. Toen de werken voltooid waren, dacht niemand er nog aan de Palio terug in te richten. Allicht was men er in Firenze nooit in geslaagd de beslissende stap te zetten van een aristocratisch naar een levend en beleefd volksfeest zoals dat in Siena wel is gedaan via de contrade.

De florentijnse  kroniekschrijver Matteo Villani (1283 – 1363) beweerde in zijn kroniek, geschreven tussen 1348 en zijn dood in 1367 dat de eerste Palio was gereden op 8 oktober 401 ter ere van Santa Reparata, tot 1289 enige patroonheilige van Firenze. Hoe hij aan die informatie is gekomen weet niemand en er bestaat ook geen fysisch bewijs van. Deze Palio werd nog gereden in de 16de eeuw.

In de 26ste canto van het deel Het Paradijs van de beroemde Divina Commedia (1321) noemde Dante Alghieri, Florentijn en grootste dichter van de middeleeuwen, de Palio een jaarlijks spel : “da quel che corre la nostra annual gioco“. Het is de oudste vermelding van een Florentijnse Palio.

In de eerste decennia van de 15de eeuw beschreef de Florentijnse kroniekschrijver Goro di Stagio Dati  (1362-1435) de wonderen van de Florentijnse Palio, die toeschouwers naar de stad lokte van heinde en ver, een groots feest  waarvan de voorbereiding twee maanden voordien was begonnen, en waarbij de gehele stad en alle inwoners zich op hun allerbeste lieten zien.

Diezelfde Goro schreef dat in de 15de eeuw de beste racepaarden van de wereld  konden gezien worden in de Palio’s van Firenze en Siena en Pistoia en andere Toscaanse steden. De sultan van Constantinopel, nog maar pas veroverd op de christenen, stuurde een racepaard als geschenk naar  Lorenzo il Magnifico dei Medici, de ongekroonde heerser van Firenze. Over  internationale scouting van renpaarden later meer.

Met dank aan Jan Gilliams (brucaiolo met 58 palii in Piazza op de teller) voor tekst en opzoekingswerk.