verhalen

Rubacuori : van fantino tot mossiere

Gioacchino Calabro kwam net na de tweede wereldoorlog aan in Siena om rechten te komen studeren. Al snel leerde hij wat medestudenten kennen. Zij namen hem mee naar hun wijk, Drago. Omdat Gioacchino kon paardrijden en er door de tweede wereldoorlog een tekort aan fantini was werd gevraagd of hij voor hen wou rijden.

Hij debuteerde echter voor Pantera voor de Palio van 2 juli. Hij reed een onopvallende koers. Ook in augustus, toen hij wel voor Drago reed, reed hij niet echt een topkoers.

Enkele uren na de koers van 16 augustus kwamen de Sienezen terug samen op de Piazza del Campo. Ze riepen om een extra Palio (palio Straordinario) om het einde van de oorlog te vieren. Door de oorlog waren er immers 10 palio’s niet gereden. De burgemeester stemde in en beslist om de palio te laten rijden op 19 augustus om kosten te besparen. (de piste lag er immers nog)

De Palio, die uitgesteld werd tot 20 augustus als gevolg van slecht weer, zou de geschiedenis ingaan als een van de meest turbulente uit de geschiedenis. Bruco, die sinds 1922 niet meer gewonnen hadden wilde kost wat kost winnen. Drago lootte echter Folco, 19 jaar oud en met 7 overwinningen hét beste palio-paard tot dan toe. Rubacuori, eveneens 19 jaar oud, wilde na zijn studies terug uit Siena vertrekken door de grote poort. Hij wilde herinnerd worden.

Tot tweemaal toe werd er een valse start gegeven (wellicht omdat Bruco niet goed startte). De derde keer was Bruco wel goed weg. Maar Rubacuori en een uitstekende Folco zetten de achtervolging in. Ze veroverden de eerste plaats tot verbazing van het publiek! Folco won zijn 8ste palio! Na de koers werd hem dit niet in dank afgenomen door de Brucaioli waardoor de Palio van de vrede uitmondde in één grote vechtpartij. Later vertellen we meer over deze passage in de geschiedenis van de Palio.

Rubacuori reed in 1946 geen enkele Palio en zou nog 2x rijden in 1947. Beide voor Drago, waaronder 1x op de stokoude Folco (21).

Nadat hij afstudeerde verhuisde hij naar Milaan, waar hij jarenlang werkte als advocaat. Toch keerde hij terug naar Siena in 1972, waar hij Mossiere (starter) werd voor de Palio Straordinario. Ook in 1973 was hij Mossiere bij de 2 Palio’s.

Op 26 mei 2013 overleed hij op 87 jarige leeftijd in zijn geliefde Siena. Zijn begrafenis vond plaats in het Oratorium van Drago. Op zijn kist lag de helm die hij droeg tijdens zijn overwinning in 1945.

2 thoughts on “Rubacuori : van fantino tot mossiere”

Comments are closed.