verhalen

De swinging Sixties in Siena – Deel 1 : 1960 – 1965

Elke Palio heeft zijn  geschiedenis, de meeste een interessant en soms een boeiend verloop, maar  sommige gaan de legende in. Geen enkel decenium is echter zo rijk aan sensatie, felle emoties en oprechte  ontroering prachtkoersen als  de jaren ’60. Siena swingde vrolijk mee en was zelfs richtinggevend in de contestatie van het traditionele gezag. Soms denk ik dat het woord “rocambolesk” is uitgevonden om enkele Palio’s uit die periode te kunnen omschrijven.

Er volgt een overzicht in 3 delen : eerst de periode 1960 – 1965, dan één hoofdstuk over de meest spectaculaire Palio ooit op 16 en 17 augustus 1966, en tenslotte de periode 1967 – 1969.

Het decennium begon zeer veelbelovend met 4 opeenvolgende overwinningen van het toppaard Uberta van 16 augustus 1960 tot en met 2 juli 1961, d.w.z. Uberta won ook de twee Palii Straordinari van 4 september 1960 en 5 juni 1961. Niemand deed ooit beter behalve bijna de mythische merrie Gaudenzia die de 3 Palio’s van 1954 won.

Op  16 augustus 1961 won Vittorino op Salomè voor Torre. Het zou 44 jaar duren vooraleer Torre terug het genoegen zou smaken van een zege na talrijke vernederingen door rivaal Oca, waarvoor deze Palio een dieptepunt betekent.  Zoals uitvoeriger beschreven in het artikel  “Beppe Gentili, detto Ciancone”  werd deze grootmeester na de koers halfdood geslagen in het hoodkwartier van Oca wegens vermeend verraad aan Torre, en voor altijd verbannen uit het Paliocircuit. Oca had zelfs de lef mee te delen dat ze niet verantwoordelijk zouden zijn voor verstoringen van de openbare orde  indien andere contrade Ciancone zouden engageren. Torre had veel zin, maar zelfs zij durfden niet.

Daarna werd geschiedenis geschreven door de mooie,  jonge zakenvrouw en gravin Grazia Maria Barzellotti Brandolini d’ Adda, gelukkig kortweg Kinda voor de vrienden en de Dragaioli, die als capitana op  16 augusts 1962 en  16 augustus 1963 en 2 juli 1964  liefst 3 Palio’s won in 4 koersen en eigenlijk 3 op 3 vermits Drago gelukkig voor de andere contrade niet was uitgeloot op 2 juli 1963. Zeer opmerkelijk was dat  Kinda Barzellotti de Palio van 2 juli 1964 telefonisch had gedirigeerd vanuit Zuid-Afrika waar ze op huwelijksreis vertoefde. Zij overleed in 2012, net nadat Drago haar had vereerd met een documentaire over haar overwinningen.

2 juli 1963 : de Hand en de Stem van Ettore Bastianini, de grootste Bariton ooit.

1963-1964 Ettore Bastianini e Canapino
Ettore Bastianini en Canapino

Deze Palio was de eerste van drie overwinningen van Leonardo Viti, detto Canapino, de grootste trainer van Paliopaarden ooit, een voortreffelijke fantino die echter voortdurend werd verraden door zijn eigen bizar en opvliegend karakter. Het was de eerste en enige overwinning van Ettore Bastianini, vermoedelijk de grootste bariton uit de geschiedenis van de opera. Hij had in 1958 al genereus bijgedragen voor de bouw van de zetel van Pantera, en nam nu ook een deel van de kosten op zich. Op de Cena della Vittoria zong hij Verdi-aria’s. Nochtans wist hij op dat ogenblik reeds dat hij keelkanker had, waaraan hij vier jaar later zou overlijden. Cynthia Wood, zijn laatste vriendin werd toen de eerste en enige Amerikaanse vrouw die kapitein was van een contrada in Siena.

Deze Palio werd vooral gekenmerkt door de zeer strenge bestraffingen die achteraf werden uitgesproken, en die gebruikelijk waren in die tijd, maar nu op ongeloof zouden onthaald worden.

Bazza voor Civetta kreeg eerst 6, in beroep 3 Palio’s omdat hij als rincorsa was binnengekomen tegen het bevel in van de starter, die deze start nochtans goed gaf! Accuga voor Istrice begin de grootste doodzonde in de Palio. Bij de start hield hij de teugels vast van rivaal Lupa : 4 Palio’s. En de grote Vittorino  probeerde bij de start Montone te hinderen en bokkeerde hierdoor Aquila : 2 Palio’s. Iets zegt me dat met deze straffen alles vlotter zou gaan in de 21ste eeuw.

16 augustus 1964 : van een Ontvoering tot een Fatale Trap of de Bedrogen Bedrieger

Voor Torre kon de vreugde niet op na de overwinning van 16 augustus 1961. Oca had zijn kampioen Ciancone verbannen na de pijnlijke gebeurtenissen na de koers en geen enkele ruiter stond te springen om zijn veiligheid te riskeren bij Oca. Met veel moeite slaagde men er in een  jonge belofte te engageren : Giuseppe Vivenzio, detto Peppinello, winnaar voor Drago bij zijn debuut op 2 juli 1964. Tijdens de eerste prova fluisterde Rondone, fantino van Torre, Peppinello enkele woorden in het oor en er volgde een reeks gebeurtenissen die geen schrijver durft verzinnen.

Peppinello logeerde, zoals gebruikelijk is, in het huis van de familie Fontani,  welgestelde Oacioli en vermaarde paardenfokkers. Op een afgesproken ogenblik vroeg Peppinello of hij naar het toilet mocht gaan, bodyguards-opzichters bleven netjes voor de deur staan, en hij ontsnapte langs een venster naar buiten, waar enkele  Torraioli hem stonden op te wachten en in een auto buiten de stad reden naar het gehucht Loriano, waar de markiezin Maria Pace Chigi Zondadari Misciatelli, capitana van Torre, een buitenverblijf had. Peppinello moest niet rijden voor Torre maar werd toch rijkelijk vergoed voor zijn vlucht. Tijdens de provaccia of laatste prova van 16 augustus viel Solitario van Danubio, een favoriet paard. Chiocciola zat zonder ruiter en vroeg Torre of ze de gevluchte 19640816 - Barbaresco OcaPeppinello mochten lenen. Dat mocht. Normaal gesproken vindt die ochtend om 11 uur de “segnatura” plaats, het officieel registreren van de fantini die ’s avonds zullen rijden. Het nieuws was  uitgelekt en in de stad werd er ondertussen gevochten tussen Ocaioli en Chiocciolini, en waren de beroering en de dreigementen zo groot dat de “segnatura” pas kon plaatsvinden om 15 uur. De burgemeester gaf  Peppinello uitzonderlijk de toelating om niet mee te gaan, prinselijk gekleed zoals het hoort, in de corteo storico voor de koers, en dit uit schrik voor rellen. Dit is nooit gebeurd eerder of later. Een angstige Peppinello bevond  zich  in het stadhuis, beschermd door 6 carabinieri. Oca was rincorsa, lanceerde ongewild Torre, en Chiocciola reed aan de linkerkant van de piste. Ter hoogte van Fonte Gaia bevindt zich daar de palco van de Ocaioli. Daarin zat Umberto Piazzesi, barbaresco van Oca, gekleed in renaissancekledij. Hij zat niet waar hij moest zitten, in de Palco delle comparse  aan de overzijde, de tribune bestemd voor iedereen die meegaat in de corteo storico. Als Chiocciola naderde, werd  Piazzesi opgetild door twee  vrienden en trapte, half over de pist zwevend , de arme Peppinello. Die viel nog niet, maar wel in de eerste San Martino in vijfde positie. Danubio ging alleen door.  En wat moet gebeuren,  gebeurt ook : Danubio naderde en passeerde Torre aan de leiding in de allerlaatste Casatobocht .

Is Chiocciola gewonnen ?  Neen zeggen de Torraioli en vele andere toeschouwers : Danubio heeft maar 2 ronden gelopen en is tijdelijk blijven staan in de San Martino. Men 19640816 - Chiocciola - Danubio - Peppinelloverzamelde alle foto’s om een reconstructie te maken van de koers. Om 22.15 uur bleek  dat Danubio wel 3 ronden had  gelopen, dat men hem had verward met een ander paard dat stilstond in de San Martinobocht, en dat Chiocciola dus gewonnen is. Voor Torre een klap van formaat, verslagen door de ruiter, al is hij van het paard gevallen, die men van Oca had ontvoerd en dan aan Chiocciola uitgeleend. Een waanzinnig volksfeest in Fontebranda, de wijk van Oca, waar Piazzesi als een held wordt gevierd. In de herfst worden traditioneel de Cene della Vittoria  gehouden, de overvloedige overwinnings-diners in de zegevierende contrade. Peppinello moest tweemaal aanwezig zijn want hij was ook tweemaal gewonnen voor Drago en voor Chiocciola. Hij bleef weg uit de stad, een wijze beslissing hem toegefluisterd door de contrade, het stadsbestuur en de politie. Oca moest zelfs niets zeggen. Die hadden het zelf te druk om de afgang van Torre te  vieren. Er werd  een compromitterende foto gevonden van de trap die Piazzesi had  gegeven aan Peppinello.  Vier Palio’s schorsing voor de barbaresco van Oca, een volksheld.

2 juli 1965 : de Geboorte van een Legende : Andrea Degortes, detto Aceto, Il Re della Piazza

Op 2 juli 1964 debuteerde  bij Bruco een zekere Andrea Degortes, detto Penna Bianca, een 21-jarige Sardijn van een straatarme herdersfamilie die in Rome aan de weg timmerde als ruiter in reguliere koersen. In zijn tweede koers werd  hij herdoopt  in  Aceto (Azijn). Hij won zijn eerste Palio op 2 juli 1965 voor Aquila, een betekenisvol moment als generatiewisseling. In de tweede prova viel Vittorino van Zanetta op Leocorno. Een gecompliceerde armbreuk maakt een voortijdig einde aan de carriere van een fantino die 7 op 22 koersen had gewonnen van 1953 tot 1964 : volgens sommigen de grootste ooit, meester van de startprocedure en de enige die het supertechnicus Ciancone meer dan moeilijk heeft gemaakt. Aceto zelf, in zijn derde koers, mocht  superpaard Topolone berijden, en maakte  er tijdens de prove een knoeiboel van : vallen bij de start en ook in San Martino, zodat Topolone werd  vrijgesteld van deelname aan de laatste drie prove. In de koers zelf startte  hij matig maar dan stond er geen maat op en won hij met grote voorsprong.

Nog even opmerken dat dezelfde Topolone in 1963 voor rivaal Pantera was gewonnen, gekocht werd door hun kapitein Ettore Bastianini die het paard prompt tot Ettore herdoopte, waarna het ging winnen voor het gehate Aquila. Peper en zout van de Palio. Op 16 augustus 1967 werd  Degortes de officiele fantino van Oca. Het begin van een loopbaan als ongekroonde Re della Piazza met 14 overwinningen waarvan 5 voor Oca, en de aanvang van de zwartste  bladzijde in de geschiedenis van Torre die zou duren tot 2005.

 

Lees ook deel 2 en deel 3.

Met dank aan Jan Gilliams (brucaiolo met 56 palii in Piazza op de teller) voor tekst en opzoekingswerk.

1 thought on “De swinging Sixties in Siena – Deel 1 : 1960 – 1965

Comments are closed.